Mannen, pas op je zaad!
Maddy V     
De kwaliteit en het aantal zaadcellen neemt af bij westerse mannen, zo blijkt uit onderzoeken. Hoe komt dat en wat kunnen we er aan doen?

Lijkt het maar zo of zijn er tegenwoordig meer stellen met vruchtbaarheidsproblemen dan vroeger? Volgens een recent onderzoek is dat wel degelijk het geval en wordt er een sterke afname in spermakwaliteit bij Westerse mannen gezien. Ook het aantal zaadcellen daalde dramatisch.


Hagai Levine, hoofdauteur en hoofd van het Environmental Health Track aan de Hebrew University-Hadassah Braun School of Public Health and Community Medicine in Jeruzalem deed onderzoek naar het sperma en de kwaliteit er van. Hij bundelde de uitkomsten van zijn research met die van andere 244 studies die gedaan zijn tussen 1973 en 2011. Alle data van de totaal bijna 43.000 mannen werd opnieuw geanalyseerd De conclusie die is gepubliceerd in het vakblad Human Reproduction Update was verbijsterend: de spermakwaliteit van de westerse mannen (Europa, Noord-Amerika, Autstralië en Nieuw-Zeeland is de afgelopen tientallen jaren met 60 procent is gedaald en het eind is nog niet in zicht. Naar verwachting daalt de kwaliteit nog verder met 1,6 procent per jaar.

Wat is kwaliteit van sperma?

Sperma is een mix van vocht en zaadcellen. De kwaliteit hangt af van zowel het aantal zaadcellen als de eigenschappen van die zaadcellen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt die kwaliteit bepaald door vijf kenmerken: de totale hoeveelheid sperma, de concentratie zaadcellen in het sperma, de bewegelijkheid van de zaadcellen, de snelheid van de zaadcellen en de morfologische eigenschappen van de zaadcellen, zoals hun vorm en afmetingen. Een man is volgens WHO verminderd vruchtbaar als zijn sperma per milliliter minder dan 15 miljoen zaadcellen bevat, maar het blijkt al lastig om een vrouw zwanger te maken als het aantal zaadcellen onder de 40 miljoen per milliliter komt.
Bevatte in 1973 een milliliter sperma van westerse mannen nog 99 miljoen zaadcellen, in 2011 was dat nog maar 47 miljoen.
Het totaal aantal zaadcellen in een gemiddelde zaadlozing was in 1973 nog 338 miljoen, in 2011 was dat gedaald naar 138 miljoen. Beide cijfers laten tot op heden een onverminderde afname zien. Door het lage aantal studies bij mannen uit niet-westerse landen kon daar geen trend worden vastgesteld.

Klopt het onderzoek van Levine?

Omdat de technieken in de jaren 70 wezenlijk anders waren dan nu is de analyse uit die tijd veel minder nauwkeurig. Bovendien lijkt het onderzoek van Levine eenzijdig omdat voor de mannen die meededen aan zijn proeven geen doorsnede zijn van de mannelijke bevolking: een groot aantal van hen kwamen al naar de kliniek omdat ze het idee hadden dat hun sperma niet helemaal goed was. Of het percentage klopt valt dus te betwijfelen, maar dat de conclusie klopt, klopt wel.

Daarnaast hebben mannen altijd momenten in het jaar waarop hun sperma lager van kwaliteit is. Dit kan bijvoorbeeld zijn met koorts of een verkoudheid. Ook temperatuur speelt een rol. Bij mannen die werken in hogere temperaturen is het risico op een lagere spermakwaliteit groter.

Andere factoren die een rol kunnen spelen:

Onthouding.  De tijd tussen twee zaadlozingen is mede bepalend voor de kwaliteit van sperma. Hoe langer ze opgeslagen liggen in de bijbal, hoe sneller ze verouderen en de nieuwe zaadcellen kunnen aantasten. Er wordt gepleit voor maximaal 2 tot 3 dagen onthouding om zo een optimale zaadkwaliteit te krijgen.
Overgewicht is van invloed op de zaadcellen omdat een teveel aan extra kilo's de hormoonhuishouding in de war schopt.

Roken is funest en brengt DNA-schade aan in de zaadcellen.
Leeftijd speelt een rol, niet in het hebben van zaadcellen, maar wel in de kwaliteit ervan.
Voeding (bewerkt vlees, alcohol) en chemicaliën die de hormoonhuishouding verstoren zijn van invloed.
Wat een vrouw in de zwangerschap aan haar ongeboren zoon doorgeeft blijkt een heel grote rol te spelen. Krijgt het jongetje veel vrouwelijke hormonen binnen door stoffen die daar op lijken dan leidt dit tot verminderde zaadkwaliteit, maar ook zaadbalkanker en hormoon gerelateerde problemen als obesitas, diabetes en autisme. Er bestaat dan ook een verband tussen een slechte kwaliteit zaad en een vroegtijdig overlijden.

Uroloog Gert Dohle van het Erasmus MC zei in 2017 al tegen NOS: "Als de trend zich voortzet, zullen mannen in toenemende mate afhankelijk worden van vruchtbaarheidsbehandelingen zoals IVF. Het verminderen van het gebruik van hormoonverstorende stoffen zou de trend kunnen keren. De schadelijke gevolgen zijn allang bekend en er zijn alternatieven beschikbaar, maar toch worden de stoffen nog op grote schaal gebruikt in onder meer plastic, schoonmaakmiddelen en kleding.”

Maak een profiel aan op SDC




Leefstijl en omgeving spelen dus wel degelijk een duidelijke rol in de kwaliteit van mannelijk zaad en de hoeveelheid daarvan.

Maddy V

Nederlandse journalist en redacteur. Gespecialiseerd in het schrijven van artikelen over seks, gezondheid en relaties.
ZIE MEER ...
0 Reacties
  • Anoniem